Spektakel, revolutie en rede
Tussen 1600 en 1800 beleeft West-Europa roerige tijden. (Godsdienst)oorlogen teisteren het continent, machtsverhoudingen kantelen, de wereldhandel bloeit en nieuwe rijken jagen de kunsthandel aan. Hoe geven kunstenaars en opdrachtgevers in deze turbulente periode vorm aan de kunsten?
Bernini transformeert in opdracht van pausen en kardinalen met spektakel het barokke Rome tijdens de contrareformatie, terwijl tegenpool Caravaggio met zijn ronduit volkse heiligen, de belevingswereld van de gelovigen binnendringt. In Spanje schildert Velázquez met energieke zwier het ene na het andere portret van de koninklijke familie. Maar ook Zurbarán overtuigt met zijn verstilde ascetische schilderijen die ondersteuning bieden bij het persoonlijk gebed.
Nieuwe genres
Ondertussen proberen kunstenaars in het protestante Noorden zonder kerkelijke en koninklijke opdrachtgevers te overleven. Enkelen lukt het uit te blinken in nieuwe genres. Van Ruisdael, Rembrandt, Hals en Vermeer zetten indrukwekkende prestaties neer in hun landschappen, portretten en stillevens. In Antwerpen vormt de katholieke Rubens een apart verhaal. Hij gooit internationaal hoge ogen met zijn uitbundige vleesgeworden naakten. In zes colleges bespreekt Kathleen Nieuwenhuisen de barok in verschillende landen en de zeventiende-eeuwse genrekunst in de Hollandse Republiek.
Deze cursus maakt deel uit van de leergang ‘Kunst- en cultuurgeschiedenis – Het verhaal van de kunst’.