Bron: Georges Seurat - Un dimanche après-midi à l’Île de la Grande Jatte (détail) 1884. (Wikimedia Commons - The Art Institute of Chicago)

Permanente revolutie

In de revolutionaire negentiende eeuw ondergaan de kunsten een ingrijpende transformatie. Het artistieke dictaat van door de staat erkende kunstacademies verliest geleidelijk terrein en kunstenaars volgen steeds nadrukkelijker hun persoonlijke intenties. Industrialisatie en sociale omwentelingen beïnvloeden het ontstaan van nieuwe kunststromingen die elkaar in steeds sneller tempo opvolgen. 

Rond 1800 werken David en Canova nog in een streng neoclassicisme, waarbij zij bewust teruggrijpen op de oudheid. Al snel klinkt hiertegen verzet. Romantische kunstenaars als Goya en Delacroix stellen verbeelding en gevoel centraal en keren zich af van de rationele idealen van de Verlichting. De realisten Courbet en Millet vinden waarheid in de kunst belangrijker dan academische schoonheid en schilderen zwoegende boeren in kapotte kleren. Rossetti en zijn Pre-Raphaelieten keren terug naar de laatmiddeleeuwse situatie, terwijl Manet zegt dat hij schildert wat hij ziet en daarmee het impressionisme inluidt.  

Geboorte van de moderne kunst

Als Paul Cézanne op het einde van de negentiende eeuw de eeuwen­­oude principes van de academische schilderkunst radicaal ontmantelt en de zichtbare wereld op het schilderdoek terugbrengt tot geo­metrische vormen, is de geest uit de fles. Binnen één eeuw is de moderne kunst geboren. De cursus geeft een overzicht van de negentiende-eeuwse (beeldende) kunst.

 

Deze cursus maakt deel uit van de leergang ‘Kunst- en cultuurgeschiedenis – Het verhaal van de kunst’.

Het programma:

Dag 1:
Introductie en Neoclassicisme
Het in de 18de eeuw door de Verlichting en The Grand Tour aangejaagde neoclassicisme werkt, als gevolg van de vergaande idealisering van de oudheid en als leidende stijl op de officiële kunstacademies, tot ver in de negentiende eeuw door, appellerend aan de smaak van de elite die zich spiegelt aan Griekse en Romeinse voorbeelden. Maar daar komt verandering in: het individu krijgt steeds meer de ruimte.

Dag 2:
De lokroep van de Oriënt
De aantrekkingskracht van een geromantiseerd Oosterse wereldbeeld in literatuur en schilderkunst ontstaat uit een escapisme, waarbij niet-westerse culturen als een tijdloos, mysterieus, hartstochtelijk en soms barbaars contrast met de westerse wereld worden gezien. Daarmee voorziet het exotisme in een behoefte aan spektakel, erotische fantasieën en een verlangen naar een vermeend authentiek, pre-industrieel leven.

Dag 3:
The Sublime en The Gothic
Degenen die op het einde van de 18de eeuw uitgekeken raken op het ideaalbeeld van de klassieke oudheid zoeken naar kunst die overweldigt en angst aanjaagt, maar tegelijkertijd onweerstaanbaar is. De kunststromingen die zich ontwikkelen rondom literair-filosofische begrippen als sublime en gothic, dragen elk op eigen fascinerende, wijze, bij aan het verlangen naar huiveringwekkende kunst die deel uitmaakt van de Romantiek.

Dag 4:
Romantiek
Romantische kunstenaars verkiezen gevoel en verbeelding boven de ratio van de Verlichting en onderzoeken het exotische, erotische en fantastische. Daarbij dienen landschappen vaak als ideaal uitgangspunt om uitdrukking te geven aan de ziel die zich met de natuur heeft verenigd.

Dag 5:
Realisme
Realisme ontwikkelt zich als een artistieke beweging waarbij het schilderen van ondergeschikt geachte arbeid en gewone mensen de gedachte ondersteunen, dat schilders alleen hedendaagse onderwerpen zouden moeten weergeven, en geen geïdealiseerde personen, goden, mythen en roemrijke gebeurtenissen uit het verleden.

Dag 6:
Prerafaëlieten
Leden van de Engelse Pre-Raphaelite Brotherhood weigeren zich te beperken tot het schilderen van hedendaagse thema’s, en halen hun hun inspiratie uit fictieve en historische onderwerpen, met als doel nieuwe en eerlijke kunst te scheppen, bevrijd van de vermoeiende en kunstmatige methoden die, volgens hen, vanaf Rafaël aan de kunstacademies worden voorgeschreven.

Dag 7:
Impressionisme
In hun verlangen de eigentijdse wereld op het doek te vatten, passen impressionisten een vernieuwende schildertechniek toe met snel op het doek aangebrachte, zichtbare penseelstreken. Daarmee proberen zij en plein air het vluchtig moment en de voorbijgaande effecten van licht en weersomstandigheden weer te geven, en binnen in danslokalen, kroegen en theaters de levendigheid van de moderne, Parijse metropool vast te leggen.

Dag 8:
Post-impressionisme
Laat 19de-eeuwse post-impressionisten slaan, vanuit het impressionisme, nieuwe richtingen in: Seurat bouwt een voorstelling op door kleine streepjes, ongemengde kleuren naast elkaar op het doek te zetten, Van Gogh onderzoekt hoe kleuren en verwrongen vormen zijn emoties uit kunnen drukken, Gaugain past grote kleurenvlakken toe die hij met grote lijnen verbindt, terwijl Cézanne landschappen en stillevens opbouwt aan de hand van geometrisch geschilderde vormen.

Dag 9:
Symbolisme
Symbolisten verwerpen het realisme als triviaal en schilderen een realiteit die voorbij de oppervlakte van de zichtbare wereld gaat, en een diepere niet zichtbare betekenis openbaart. Daarbij vieren zij hun fantasie en verbeelding met mysterieuze, exotische en sensuele onderwerpen die de atmosfeer van dromen lijken te representeren.

Dag 10:
Breuk met de traditie: terugblik en vooruitzicht.
Tijdens dit laatste college van Permanente revolutie behandelen wij de breuk met de traditie aan de hand van voorbeelden uit de schilder-, beeldhouw- en bouwkunst, waarna wij door middel van een terugblik op 2000 jaar westerse kunstgeschiedenis vaststellen hoe de 19de-eeuwse breuk met de traditie leidt tot de artistieke beeldenstorm waarmee de twintigste eeuw aanvangt.

Extra informatie:

Cursusdata: 6, 13 en 27 oktober 2026; 3, 10, 17 en 24 november 2026; 1, 8 en 15 december 2026

Locatie: Universiteit Utrecht

Studiemateriaal: Aanbevolen, maar niet verplicht: E.H. Gombrich (1995/2006), The Story of Art, Londen: Phaidon, 16de en herziene druk (Nederlandse vertaling: Eeuwige schoonheid). Daarnaast worden online artikelen en de PowerPointpresentaties van de colleges na afloop van het college gedeeld (als dat niet in strijd is met de auteursrechten).

Cursuscode: 1K6 307

Werkvorm: Hoorcollege

Docent(en)

Foto van docent Kathleen Nieuwenhuisen

Kathleen Nieuwenhuisen

is kunst- en cultuurhistoricus, doceert sinds 2000 kunstgeschiedenis aan verschillende universiteiten en HOVO-instellingen en werd in 2011 genomineerd voor de Onderwijsprijs van de Universiteit Utrecht. In 2013 richtte zij haar bureau voor kunst- en cultuurgeschiedenis in Amsterdam op: artcontext.nl

Meer informatie

Locatie: Utrecht

Zie de extra informatie voor details

Docent(en)

Foto van docent Kathleen Nieuwenhuisen

Kathleen Nieuwenhuisen

is kunst- en cultuurhistoricus, doceert sinds 2000 kunstgeschiedenis aan verschillende universiteiten en HOVO-instellingen en werd in 2011 genomineerd voor de Onderwijsprijs van de Universiteit Utrecht. In 2013 richtte zij haar bureau voor kunst- en cultuurgeschiedenis in Amsterdam op: artcontext.nl

Informatie

  • Startdatum: 6 oktober 2026
  • Einddatum: 15 december 2026
  • Dag: Dinsdag
  • Tijd: 11:00 – 12:45 uur
  • Aantal colleges: 10 bijeenkomsten
  • Categorie: Kunst & cultuur
  • Prijs: 375,00