Dag 1:
Maniërisme in het Zuiden 1 (Italië). Een nieuw schoonheidsideaal.
Het maniërisme ontstaat in Italië en wordt omschreven als een ‘gekunstelde’ stijl, waarin complexiteit en virtuositeit de boventoon voeren ten koste van naturalisme. Veel maniëristen nemen het latere werk van Michelangelo en Raphael als uitgangspunt en vervormen de menselijke figuur, vlakken de ruimte af en geven afbeeldingen een gecultiveerde intellectuele verfijning. Dat leidt tot een nieuw ‘schoonheidsideaal’ en soms wonderlijke voorstellingen.
Dag 2:
Maniërisme in het Zuiden 2 (Italië). Bronzino en tijdgenoten.
Bronzino (1503-1572) is de belangrijkste maniëristische kunstenaar in Florence en hofschilder van Cosimo I de’ Medici, groothertog van Toscane. De maniera die Bronzino en zijn tijdgenoten ontwikkelen in hun schilderkunst, wordt gekenmerkt door een intellectuele complexiteit die zich uit in mythologische verwijzingen en ingewikkelde allegorieën die in zwang zijn bij de Florentijnse elite.
Dag 3:
El Greco, een verhaal apart.
De van oorsprong Griekse ikonen schilder El Greco (1541-1614), die jarenlang in Venetië en Rome werkt, vestigt zich uiteindelijk in Spanje, waar hij intense, religieuze voorstellingen maakt in een unieke stijl. Een enthousiaste groep negentiende-eeuwse verzamelaars, critici en kunstenaars redt hem uit de vergetelheid: zij bewonderen hem als een proto-moderne schilder, in wiens kunst zij een afwijzing van de materialistische cultuur van het moderne leven zien.
Dag 4:
Kunst tijdens en na de reformatie
Tijdens de Reformatie wordt religieuze kunst ter discussie gesteld, vaak afgewezen en verliest de kerk haar rol als voornaamste opdrachtgever. Noodgedwongen ontwikkelen kunstenaars een nieuw repertoire aan onderwerpen, of passen traditionele onderwerpen aan, die aanvaardbaar zijn voor protestantse opdrachtgevers. Dat leidt tot verrassende vondsten.
Dag 5:
Noorderlingen in Rome
In de zestiende eeuw nemen noordelijke kunstenaars de kosten, gevaren en moeite van het reizen over de Alpen voor lief om met hun eigen ogen te gaan kijken naar de grootse artistieke prestaties die naar verluidt plaatsvinden in Rome. De kennis die zij tijdens hun studiereis opdoen, verwerken zij vervolgens in hun eigen werk en in voorbeeldenboeken, die in het thuisland ten Noorden van de Alpen grote invloed krijgen en tot nieuwe stijlen en artistieke opvattingen leiden.
Dag 6:
Maniërisme in het Noorden. De Antwerpse school
Ten noorden van de Alpen ontwikkelt zich, nog eerder dan in Italië , een specifiek maniërisme dat met name in de bloeiende internationale havenstad Antwerpen voorkomt en zich ook verspreidt naar Frankrijk en Duitsland. Daar is Lucas Cranach de Oude een belangrijke vertegenwoordiger van deze stijl, met zijn schilderijen van sensuele vrouwen in weelderige kleurrijke kleding en uitbundige juwelen.
Dag 7:
Pieter Bruegel de Oudere
De grootste en veelzijdige Nederlandse schilder van de zestiende eeuw maakt naam met zijn landschappen, levendige en vaak geestige boerenbruiloften en de nieuwe, ingenieuze manier waarop hij moraliserende onderwerpen op herkenbare wijze vertaalt. Zo wordt zijn schilderij met Nederlandse spreekwoorden, uitgebeeld door de bewoners van een Vlaams dorp, één van zijn populairste voorstellingen, waarvan tenminste zestien kopieën bekend zijn.